colors
spacer Groep C spacer Noel Slangen spacer Contact
 
Modellen van C  
spacer spacer
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   
 
 
 
   
spacer spacer
 
lijn  

Als een bedrijf of organisatie nood heeft aan nieuwe ideeën of creatieve oplossingen, zit het er dik in dat er een brainstorm wordt georganiseerd. De praktijk wijst echter uit dat hooguit een kwart van de brainstorms ook echt iets oplevert. Daarom ontwikkelde Groep C het breinlabo, een gloednieuw concept met een uitgebreid en gevarieerd arsenaal aan technieken en een gegarandeerd rendement.

 
   
Wat je kan lezen in dit deel:

A. Waarom werkt een breinlabo beter dan een brainstorm?
• Hoe komt het dat brainstormen zo weinig rendeert?
• Hoe zorgt een breinlabo ervoor dat iedereen betrokken blijft?
• Waarom houdt een breinlabo de deelnemers frisser?
B. Hoe zoek je naar ideeën en inzichten?
• Hoe denk je in krantenkoppen?
• Hoe ontstaat een kernboodschap?
• Waarom lijkt de fusiontechniek op creatief koken?
C. Hoe verkrijg je structuur en stel je prioriteiten?
• Wat maakt een top 3 zo handig?
• Wat doe je met 100 euro als je keuzes moet maken?
• Hoe test je ideeën op relevantie?
D. Hoe organiseer je een breinlabo?
• Hoe bereid je een breinlabo voor?
• Wat is de juiste mix van technieken?
• Hoe ga je om met verschillende types deelnemers?

 
lijn  
A
 
   

Terwijl een brainstorm in amper een kwart van de gevallen bruikbare ideeën oplevert, staan de zoektechnieken van een breinlabo er borg voor dat je altijd resultaten boekt. Bovendien stellen andere technieken je in staat om die resultaten meteen ook te structureren en prioriteiten vast te leggen.

 
   

In dit deel overlopen we enkele van de breinlabotechnieken die Groep C ontwikkelde om ideeën en inzichten te rangschikken. Je structureert en focust. Op die manier voorkom je dat er tijd en energie wordt verspild aan allerlei bijkomstigheden en nutteloze details. Net zoals er veel meer zoektechnieken zijn dan we er in het vorige deel behandelden, beschikken we ook over meer focustechnieken dan we hier bespreken. Maar je krijgt alvast een goed idee van hoe efficiënt en waardevol ze kunnen zijn.

100 euro
De 100 euro-oefening is een basistechniek die je zowel kunt gebruiken om te exploreren als om te structureren. Je gaat uit van een lijst met verschillende mogelijkheden, doorgaans het resultaat van een eerdere oefening. Het kan gaan om mogelijke acties, mogelijke doelgroepen, mogelijke thema's, enzovoort.

Je geeft elke deelnemer een virtueel budget, bijvoorbeeld van 100 euro. Om de oefening aanschouwelijk te maken, kun je echt geld of monopoliegeld gebruiken: een briefje van 50 euro, een van 20 euro en drie van 10 euro. De deelnemers moeten hun budget nu over de verschillende mogelijkheden verdelen, maar mogen aan slechts drie ervan geld besteden. Ze worden geconfronteerd met schaarste en moeten dus keuzes maken. Na afloop zie je meteen welke mogelijkheden ze de meest waardevolle vinden.

Gemiddelde waarde geen absoluut criterium
Stel dat je met twee groepen werkt waarin telkens leden van een bepaalde afdeling zijn vertegenwoordigd. Als groep A aan een bepaalde mogelijkheid 60 euro wil besteden en groep B 40, dan levert dat een gemiddelde van 50 euro op. Maar als groep A er 90 en groep B er maar 10 euro voor reserveert, kom je ook op een gemiddelde van 50 uit. Het is duidelijk dat het in dat laatste geval niet verstandig is om het gemiddelde zonder meer als waardemeter te gebruiken. De oefening wijst dan immers niet in de eerste plaats op overeenstemming, maar op een breuklijn tussen de twee afdelingen. Verloren moeite? Integendeel, want nu is voor iedereen zonneklaar hoe sterk de posities verschillen en kun je daarop inspelen.

Top 3
De vorige techniek levert een top drie op, maar is natuurlijk enkel bruikbaar voor het rangschikken van mogelijkheden waaraan je geld kunt besteden. Een top 3 maken van andere mogelijkheden, zoals kernwoorden of krantenkoppen, is iets moeilijker.

Stel dat je de deelnemers aan een breinlabo dat de gewenste positionering van een tandpastamerk moet opleveren een woordpiramide laat invullen met telkens vijf kernwoorden die het merk kan claimen. Na afloop zet je alle woorden op een flip-over en mag elke deelnemer zijn persoonlijke top 3 noteren. Je overloopt daarna alle lijstjes en kent de verschillende woorden punten toe, bijvoorbeeld 5 punten voor het eerste, 3 voor het tweede en 1 voor het derde woord. De eindscore van alle kernwoorden levert een top drie op waaruit de gewenste positionering van het merk duidelijk tot uiting komt.

De top 3 laat zich van nature uitstekend combineren met de meeste zoektechnieken. Exploreren levert vaak een waslijst van ideeën en inzichten op. Je kan de oefening trouwens ook omkeren. Vraag iedereen eens om op te schrijven welk antwoord men graag geschrapt wil zien. Het resultaat kan tot interessante discussies en conclusies leiden. De top 3-techniek laat je toe om die waslijst tot een hanteerbaar lijstje te herleiden.

Voor of tegen
Ook de voor-of-tegenmatrix is een eenvoudige focustechniek om een overvloed aan ideeën snel te structureren. Veronderstel dat je een breinlabo leidt dat een nieuw product voor de organisatie moet opleveren. Via één of meerdere zoektechnieken hebben alle deelnemers samen een twintigtal voorstellen bedacht. Elke deelnemer krijgt nu een tabel met drie kolommen. In de eerste kolom staan alle voorstellen. Met een kruisje in de tweede kolom geeft de deelnemer aan dat hij een bepaald product wel ziet zitten. Een kruisje in de derde kolom geeft aan dat hij dat product maar niks vindt. De resultaten van de oefening worden daarna in groep overlopen en besproken. Uiteraard kun je ook hier kwantificeren.

Drietand
Een wat complexere oefening om te structureren is de drietand. Je laat de deelnemers de drie belangrijkste, gemakkelijkste, duurste, haalbaarste, dringendste,… voorstellen uit een eerder gegenereerde lijst op een drietand zetten. Het verschil met een gewone persoonlijke of gemiddelde top 3 is natuurlijk de ...ste-vraag. Je voegt in feite een criterium toe waaraan elk van de drie tanden van de vork moet voldoen.

Overtreffende trap
Het vertrekpunt van een drietand, de plaats waar de vork aan de steel zit, is in principe altijd één enkel woord. Stel dat je de deelnemers een woordpiramide liet maken. Die oefening leverde een drie rijen hoge piramide en dus 6 woorden op. Je vertrekpunt is dan ieder afzonderlijk woord. Vervolgens vraag je iedereen om de drie belangrijkste nadelen en de drie belangrijkste voordelen van ieder woord te noteren.

Sterk, sterker, sterkst
Mensen denken graag in categorieën die ofwel elkaars tegengestelde zijn (goed/slecht, schoon/lelijk, waar/vals), ofwel alles omvatten (het goede, schone, ware). Tegengestelden bestaan natuurlijk altijd uit twee categorieën. Een verzameling categorieën die allesomvattend is, kan in principe uit tientallen categorieën bestaan, maar het is zonder meer opvallend hoe vaak het er drie zijn.

Alle levende wezens? Dat zijn dieren, planten en mensen. Of wezens die in het water, in de lucht of op het land leven. Welke medailles kun je op de Olympische Spelen en de meeste andere wedstrijden winnen? Een gouden, een zilveren en een bronzen. Ten tijde van de Koude Oorlog had je drie werelden: de Eerste (het Westen), de Tweede (de communistische landen) en de Derde Wereld (de ontwikkelingslanden). Zo heb je ook de eerste, tweede en derde leeftijd; de vroege, volle en late middeleeuwen; de primaire, secundaire en tertiaire sector; de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, enzovoort. Stuk voor stuk drietanden.

De categorieën van een goede drietand sluiten elkaar wederzijds uit, stelt het vermaarde bureau McKinsey, dat de drietanden voor het voetlicht bracht. Ze overlappen elkaar best helemaal niet en de ene categorie mag zeker nooit een deelverzameling van een andere zijn. Met andere woorden: elke tand staat op zichzelf. Deze eigenschap wordt ook wel mutually exclusive (ME) genoemd.Dergelijke drietanden zijn sterk, maar allesomvattende drietanden zijn nog sterker. Een vork waarvan de drie tanden het vertrekpunt volledig dekken, zonder dat je er nog een vierde tand aan kunt toevoegen, noemen we collectively exhaustive (CE). De sterkste drietanden zijn natuurlijk MECE.

Basisdrietand moet MECE zijn
Stel dat je breinlabo een drietand van de doelgroepen van een citymarketingplan moet opleveren en dat een eerdere oefening een lijst van 15 mogelijke doelgroepen genereerde. Wat zijn nu de drie belangrijkste doelgroepen? Deze oefening levert eerst de drietand Bewoners, Bedrijven en Toeristen op. Deze drietand is wel ME, maar niet CE. Je zou er immers nog de tand Shoppers aan kunnen toevoegen. Daarom stel je voor om de categorie Toeristen te vervangen door een categorie die ook Shoppers omvat. De lijst wordt opnieuw gecheckt en iedereen is het ermee eens dat Bezoekers een betere keuze is. De drietand Bewoners, Bedrijven en Bezoekers is immers wél MECE.

Je kunt de basisdrietand nu verder verfijnen door elke tand als de steel van een nieuwe vork te gebruiken. Zo kan het vertrekpunt Bewoners de drietand Bestaande, Nieuwe en Potentiële bewoners opleveren. De doelgroep Bedrijven kan op dezelfde manier met dezelfde categorieën worden verfijnd. De tand Bezoekers kan dan weer tot de drietand Dagjesmensen, Verblijfstoeristen en Shoppers leiden. Die laatste drietand is echter minder sterk, want bezoekers die vooral naar de stad komen om te sporten of een toneelstuk mee te pikken, vallen uit de boot. Je kunt dit altijd oplossen door met een restcategorie te werken: Dagjesmensen, Verblijfstoeristen en Andere. Soms kun je niet anders, maar in dit geval is dat onaanvaardbaar en moet je een andere oplossing zoeken. Een basisdrietand mag natuurlijk nooit een restcategorie bevatten.

pijltje spacer Waarom werkt een breinlabo beter dan een brainstorm?
pijltje   Hoe zoek je naar ideeën en inzichten?
pijltje   Hoe verkrijg je structuur en stel je prioriteiten?
pijltje   Hoe organiseer je een breinlabo?
 
   
top  
lijn  
  spacer  
 
   
spacer